Wie betaalt de studies? Hoe het claimsysteem voor supplementen werkelijk werkt
Door Katja Callens · ORGANICO Labs · leestijd 28 minuten · elk cijfer in dit stuk is gecontroleerd bij de bron die eronder staat
Een pakje suikervrije kauwgom mag op de verpakking zetten dat het helpt om plaquezuren te neutraliseren. Een pot kurkuma-extract mag helemaal niets zeggen. Niet over gewrichten, niet over de darm, niet over ontsteking. Nul.
Dat verschil is geen toeval en het is ook geen wetenschap. Het is een administratieve beslissing die nooit genomen is.
Dit stuk legt uit hoe dat komt. Het gebruikt alleen cijfers die je zelf kunt nakijken: officiële documenten van EFSA en de Europese Commissie, rechterlijke uitspraken, persberichten van het Amerikaanse ministerie van Justitie, en gepubliceerde studies met hun identificatienummer erbij.
Het bevat ook de argumenten van de andere kant. Een verhaal dat alleen maar één richting op wijst is geen analyse maar een preek.
Het systeem op papier
De basis is Verordening 1924/2006 over voedings- en gezondheidsclaims. Het idee erachter was op zichzelf redelijk.
In de jaren negentig stond er van alles op verpakkingen. Geen toetsing, geen register, en wat in Nederland mocht was in Spanje verboden. Eén Europees kader, één wetenschappelijke toetsing, één lijst. Daar valt weinig tegen in te brengen.
De uitvoering ging zo. Lidstaten leverden lijsten aan met claims die in hun land in gebruik waren. Die werden samengevoegd tot één lijst, in mei 2010 gepubliceerd door EFSA.
Op die lijst stonden 4.637 claims. Er zijn er 222 overgebleven.
Van die 4.637 heeft EFSA er 2.758 daadwerkelijk beoordeeld, verdeeld over 341 wetenschappelijke adviezen. Het resultaat kwam in Verordening 432/2012, die op 14 december 2012 volledig van kracht werd.
Van de claims die beoordeeld zijn, haalde ruwweg tachtig procent het niet.
Wat er overbleef
Die 222 toegestane claims zijn bijna allemaal van hetzelfde type. Ze gaan over vitamines en mineralen en ze zijn geformuleerd in de taal van een fysiologische functie.
"Vitamine C draagt bij tot de normale werking van het immuunsysteem." "Magnesium draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid." "Zink draagt bij tot het behoud van een normaal gezichtsvermogen."
Dat zijn geen zinnen waar iemand van in beweging komt. Het zijn beschrijvingen van basale biochemie, van het soort dat in ieder studieboek fysiologie staat.
Ze mogen worden gebruikt omdat een tekort aan die stof aantoonbaar tot een functiestoornis leidt. Dat is precies wat de vitaminewetenschap sinds de jaren dertig heeft vastgesteld.
Wat er niet doorheen kwam, is vrijwel elke claim over plantenextracten.
Waarom tachtig procent het niet haalde
Het loont om te kijken waar die afwijzingen precies op stuklopen. Het is zelden "het werkt niet".
EFSA hanteert in de praktijk drie struikelblokken, en de meeste afwijzingen vallen op een van de eerste twee.
Het eerste is onvoldoende karakterisering. Gaat de aanvraag over "groenetheeextract", dan wil het panel weten welk extract, met welk oplosmiddel gewonnen, met welk gehalte aan welke stoffen.
Een plant is geen molecuul. Twee extracten van dezelfde plant kunnen farmacologisch weinig met elkaar te maken hebben. Zonder die specificatie kan er geen oorzakelijk verband worden vastgesteld, want niemand weet waarmee.
Het tweede is dat het geclaimde effect geen erkende fysiologische functie is. Dit is subtieler dan het lijkt.
"Ondersteunt de ontgifting" is geen functie in de zin van de verordening, want ontgifting is niet afgebakend en niet meetbaar. "Bevordert het welzijn" is te vaag. "Werkt antioxidatief" werd jarenlang afgewezen omdat een meting in een reageerbuis niets zegt over een gunstig effect in een mens.
Dat is verdedigbare wetenschap. Maar het betekent wel dat hele categorieën van reële effecten geen taal hebben waarin ze mogen worden uitgedrukt.
Het derde is het ontbreken van humane interventiestudies bij de juiste doelgroep. Dat is de dure horde, en daar komen we straks uitgebreid op terug.
Van de 1.548 plantenclaims is er geen enkele op een van deze drie gronden gestrand. Ze zijn nooit aan de start verschenen.
De wachtkamer waar niemand uit komt
Hier wordt het bijzonder. Van de oorspronkelijke lijst zijn 1.548 claims die over planten gaan nooit beoordeeld.
EFSA schrijft daar zelf over dat ze "on hold" zijn gezet, in afwachting van een definitieve overweging door de Commissie en de lidstaten.
Dat is niet gebeurd in 2024. Dat is gebeurd rond 2010.
Zestien jaar. Hoeveel dossiers ken je die zestien jaar op een beslissing wachten?
Kurkuma, gember, ginkgo, saffraan, ashwagandha, mariadistel, valeriaan, sint-janskruid, artisjok, boswellia. De hele botanische wereld zit in dezelfde wachtkamer, achter een deur waar niemand een datum op heeft gezet.
Het praktische gevolg is een juridisch niemandsland.
De claims zijn niet toegestaan, want ze staan niet in het register. Ze zijn ook niet afgewezen, want ze zijn nooit beoordeeld. Onder de overgangsbepalingen mogen ze in sommige lidstaten nog gebruikt worden, in andere niet, en de handhaving verschilt per land en per inspecteur.
De Europese koepelorganisatie EUCOPE heeft daar een opmerkelijk scherpe uitspraak over gedaan. De aanhoudende opschorting van de beoordeling van botanische claims is volgens hen in strijd met het rechtsstaatbeginsel.
Dat is stevige taal van een brancheorganisatie. Het is niet moeilijk te begrijpen waar die vandaan komt.
Een bedrijf dat vijf jaar en een paar miljoen in een klinisch programma steekt, weet nog steeds niet of het resultaat ooit beoordeeld gaat worden.
In januari 2024 publiceerde het Europees Parlement een implementatierapport over de verordening. De conclusie: het voortgezette gebruik van deze claims onder de overgangsmaatregelen kan consumenten misleiden. Het Parlement riep de Commissie op om knopen door te hakken.
Er staat geen termijn in.
Vijfentwintig landen, vijfentwintig antwoorden
Er is nog een gevolg van die stilstand dat zelden wordt genoemd.
Zolang de botanische claims niet zijn beoordeeld, gelden de overgangsbepalingen. Die worden per lidstaat ingevuld.
Het resultaat is dat dezelfde plant in het ene land een levensmiddel is en in het andere een geneesmiddel. Een extract dat in België vrij te koop is, kan in Duitsland onder de geneesmiddelenwet vallen. Een zin die de Nederlandse toezichthouder laat passeren, kan in Frankrijk tot een terugroeping leiden.
Voor een klein bedrijf betekent dat vijfentwintig verschillende beoordelingen van hetzelfde etiket, en geen enkele zekerheid.
Voor een groot bedrijf met een juridische afdeling betekent het een beheersbare kostenpost.
Regeldruk is nooit neutraal. Hij weegt altijd het zwaarst bij de partij met de kleinste overhead.
Wat het systeem eigenlijk toetst
Om te begrijpen wat er werkelijk gebeurt in zo'n beoordeling is er geen beter voorbeeld dan de claim over water.
In 2011 lag er een aanvraag op tafel: het regelmatig drinken van aanzienlijke hoeveelheden water kan het risico op uitdroging verminderen en daarmee op de bijbehorende achteruitgang in prestatie.
Die claim werd ingediend onder artikel 14 van de verordening, de categorie "vermindering van ziekterisico". EFSA wees hem af. De Commissie nam dat over.
De redenering is het lezen waard, want die is volstrekt logisch en tegelijk volstrekt onthullend.
Een claim over ziekterisicovermindering moet aantonen dat een product een risicofactor voor een aandoening beïnvloedt. Het panel stelde vast dat waterverlies in weefsel geen risicofactor voor uitdroging is, maar een maat voor de aandoening zelf.
Uitdroging is waterverlies. De claim zei dus in feite: water vermindert het risico op te weinig water.
Dat is een tautologie, geen risicofactor, en daarmee voldoet de claim niet aan de vereisten van artikel 14.
Juridisch onberispelijk. En precies daarom zo veelzeggend.
De beoordeling ging niet over de vraag of water helpt tegen uitdroging. De beoordeling ging over de vraag of de gekozen bewoording paste in het juridische sjabloon.
Dat is wat het claimsysteem meet. Het meet de verhouding tussen een zin en een wettelijke definitie.
Het meet niet of iets werkt.
Wie dat eenmaal doorheeft, leest het hele register anders.
Een afgewezen claim betekent niet "dit werkt niet". Het kan betekenen: de studies zaten in de verkeerde doelgroep, de uitkomstmaat viel niet onder een erkende functie, het extract in de studie was niet hetzelfde als het extract in het product, de bewoording paste in de verkeerde categorie, of, en dat is bij planten verreweg de meest voorkomende reden, er was helemaal geen beoordeling.
En een toegestane claim betekent niet "dit is een krachtig middel". Suikervrije kauwgom neutraliseert plaquezuren. Dat klopt. Het maakt kauwgom nog geen geneesmiddel.
Het bewijssjabloon en wie eraan kan voldoen
Om een gezondheidsclaim te onderbouwen wil EFSA in de kern drie dingen zien.
Eén: de stof is voldoende gekarakteriseerd, je weet precies wat erin zit en dat is reproduceerbaar. Twee: het geclaimde effect is een erkende gunstige fysiologische werking. Drie: er is een oorzakelijk verband aangetoond bij de doelgroep, bij een realistische inname, met humane interventiestudies.
Punt drie is waar het geld zit.
Een oorzakelijk verband aantonen betekent gerandomiseerde, gecontroleerde, bij voorkeur dubbelblinde studies met voldoende deelnemers. In de geneesmiddelenwereld kost een fase III-programma tientallen tot honderden miljoenen.
Een farmaceutisch bedrijf kan dat opbrengen, omdat het aan het eind een octrooi heeft. Twintig jaar exclusiviteit op een molecuul betekent dat de investering terugverdiend kan worden.
En kurkuma? Kurkuma is een wortelstok. Die kun je niet octrooieren.
Wie honderd miljoen in kurkumaonderzoek steekt en een positief resultaat boekt, krijgt als beloning dat elke concurrent op de markt dezelfde claim mag voeren. De claim komt namelijk in een openbaar register en geldt voor de stof, niet voor de aanvrager.
Er bestaat wel een route voor claims op basis van beschermde gegevens, maar die is duur, tijdelijk en zeldzaam.
Dit is het structurele punt, en het verklaart meer dan welk corruptieverhaal ook.
Het systeem is niet ontworpen om planten uit te sluiten. Het is ontworpen met een bewijslast die alleen betaalbaar is voor wie aan het eind een monopolie heeft.
Dat planten daar systematisch buiten vallen is geen complot. Het is rekenen.
Maar het gevolg is wel dat het register niet weergeeft wat werkt. Het register geeft weer waar iemand een verdienmodel bij had.
Kurkuma in cijfers
Europe PMC is de Europese literatuurdatabase voor biomedisch onderzoek, beheerd door het European Bioinformatics Institute.
In september 2026 leverde een zoekopdracht op de term curcumine daar ruim honderdduizend records op. Daarvan zijn er 1.030 geïndexeerd als gerandomiseerde gecontroleerde studie en 1.385 als systematische review.
Dat is niet per se een schandaal. Het kan ook betekenen dat al dat onderzoek van slechte kwaliteit is, of dat het de verkeerde dingen meet, of dat de resultaten niet standhouden.
Dat is precies wat sommige wetenschappers beweren, en daar komen we op terug.
Maar het cijfer verdient een verklaring. En "het is nooit beoordeeld" is een andere verklaring dan "het is beoordeeld en afgewezen".
Wat een paar van die studies laten zien
Vijf stuks, met genoeg detail om ze zelf na te zoeken.
Knieartrose, tegenover ibuprofen. Kuptniratsaikul en collega's publiceerden in 2014 in Clinical Interventions in Aging een multicenteronderzoek onder 367 patiënten met primaire knieartrose en een pijnscore van 5 of hoger.
Honderdvijfentachtig kregen Curcuma domestica-extract 1.500 mg per dag. Honderdtweeëntachtig kregen ibuprofen 1.200 mg per dag. Vier weken.
Op de WOMAC-index deed het kurkuma-extract niet onder voor ibuprofen, op totaalscore, op pijn en op functie. Het aantal patiënten met bijwerkingen verschilde niet, maar het aantal meldingen van buikpijn en maagklachten was significant hoger in de ibuprofengroep. PMID 24672232.
Artrose, samengevat. Daily, Yang en Park voerden in 2016 in Journal of Medicinal Food een meta-analyse uit van gerandomiseerde studies. Acht voldeden aan de criteria.
Drie lieten op de pijnschaal een verschil zien van 2,04 punten ten opzichte van placebo. Vier lieten op de WOMAC een verschil zien van 15,36. In vijf studies waarin kurkuma tegenover reguliere pijnstillers stond, was er geen significant verschil.
De auteurs zijn expliciet over de beperking: het aantal studies, de omvang van de steekproeven en de methodologische kwaliteit waren niet voldoende voor definitieve conclusies. PMID 27533649.
Colitis ulcerosa, onderhoud. Hanai en collega's, Clinical Gastroenterology and Hepatology, 2006. Negenentachtig patiënten in remissie.
Drieënveertig kregen zes maanden lang tweemaal daags 1 gram curcumine bovenop hun standaardbehandeling, negenendertig kregen placebo bovenop dezelfde behandeling.
Terugval in de curcuminegroep: 2 patiënten, 4,65 procent. In de placebogroep: 8 patiënten, 20,51 procent. PMID 17101300.
Colitis ulcerosa, inductie. Lang en collega's, hetzelfde tijdschrift, 2015. Vijftig patiënten met actieve ziekte die niet reageerden op twee extra weken maximale dosering mesalazine.
Zesentwintig kregen 3 gram curcumine per dag erbij, vierentwintig placebo, vier weken.
Klinische remissie: 14 van de 26, dus 53,8 procent, tegenover nul van de 24 op placebo. Endoscopische remissie: 8 van de 22 beoordeelde patiënten tegenover nul. PMID 25724700.
Depressie, tegenover fluoxetine. Sanmukhani en collega's, Phytotherapy Research, 2014. Zestig patiënten, drie groepen: fluoxetine 20 mg, curcumine 1.000 mg, of de combinatie.
Responspercentages op de Hamilton-schaal: 64,7 procent bij fluoxetine, 62,5 procent bij curcumine, 77,8 procent bij de combinatie. Statistisch niet significant, zoals te verwachten bij twintig patiënten per groep. PMID 23832433.
Dit is geen bewijs dat kurkuma ibuprofen of fluoxetine vervangt. Het zijn kleine studies, sommige uit één centrum, sommige zonder onafhankelijke replicatie.
Maar het is ook niet niets. En het is aanzienlijk meer dan er achter een flink aantal van de 222 toegestane claims zit.
Wie betaalt de studies?
Dit is de vraag die onder het hele bouwwerk ligt, en hij wordt zelden hardop gesteld.
Het claimsysteem zegt: kom maar met bewijs. Maar bewijs komt niet uit de natuur. Het komt uit een onderzoek dat iemand heeft ontworpen, betaald en gepubliceerd.
Maakt het uit wie die iemand is?
Ja. En dat is geen mening, dat is gemeten.
De Cochrane Collaboration, de organisatie die systematische reviews maakt en die in de geneeskunde als een van de weinige echt onafhankelijke instanties geldt, heeft precies deze vraag onderzocht.
Lundh, Lexchin, Mintzes, Schroll en Bero publiceerden in 2017 een review die 75 onderzoeken samenvat over de relatie tussen financiering en uitkomst.
De uitkomst, in hun eigen cijfers.
Door de industrie gefinancierde studies kwamen 27 procent vaker tot een gunstige uitkomst voor het eigen product, met een betrouwbaarheidsinterval van 17 tot 37 procent. En ze kwamen 34 procent vaker tot een gunstige conclusie, met een interval van 19 tot 51 procent.
Let op dat verschil tussen uitkomst en conclusie. Dat is het interessantste getal van de hele review.
De auteurs stelden namelijk ook vast dat bij door de industrie gefinancierde studies de conclusie minder vaak overeenkwam met de eigen resultaten dan bij andere studies.
De cijfers in de tabel zeggen het ene. De samenvatting boven het artikel zegt het andere. En de samenvatting is wat de arts leest.
De conclusie van Cochrane zelf is kort: financiering door de fabrikant leidt tot gunstiger resultaten en gunstiger conclusies dan financiering uit andere bron. PMID 28207928.
Het spel met de opzet van de studie
Er is een tweede laag, en die is sluwer.
Flacco en collega's namen in 2015 in het Journal of Clinical Epidemiology een willekeurige helft van alle gerandomiseerde studies uit 2011 met minstens honderd deelnemers waarin twee behandelingen rechtstreeks tegenover elkaar stonden. Driehonderdnegentien studies.
Van de 289.718 deelnemers zaten er 238.386 in een studie die door een bedrijf was betaald. Ruim tweeëntachtig procent.
Van de 182 door de industrie betaalde studies hadden er maar 23 twee industriesponsors, en slechts drie vergeleken werkelijk twee concurrerende middelen.
En dan het cijfer waar het om gaat.
Vijfenvijftig van de 57 door de industrie betaalde non-inferioriteitsstudies leverden het gewenste resultaat op. Dat is 96,5 procent.
Een non-inferioriteitsstudie is een studie die alleen hoeft aan te tonen dat het eigen middel niet slechter is dan het alternatief. Dat is een veel lagere lat dan aantonen dat het beter is.
De auteurs vonden dat industriefinanciering, met een odds ratio van 2,8, en de keuze voor zo'n opzet, met een odds ratio van 3,2, sterk samenhingen met een gunstige uitkomst. De omvang van de studie deed er niet toe. PMID 25748073.
Het punt is niet dat er gelogen wordt. Het punt is dat je de vraag kiest waarvan je het antwoord al kent.
En wie schrijft het artikel?
Hier wordt het ongemakkelijk.
Bij de rechtszaken rond rofecoxib, het ontstekingsremmende middel dat Merck in 2004 van de markt haalde, kwamen interne bedrijfsdocumenten boven tafel. Ross, Hill, Egilman en Krumholz analyseerden ze en publiceerden het resultaat in 2008 in JAMA, een van de grootste medische tijdschriften ter wereld.
Ongeveer 250 documenten waren relevant. Wat eruit kwam, beschrijven ze zo: medewerkers van Merck bereidden manuscripten voor, alleen of samen met commerciële publicatiebureaus, en wierven daarna externe onderzoekers met een universiteitsaanstelling om er als auteur op te staan.
Die geworven auteurs kwamen vaak op de eerste of tweede plaats in de auteursrij. PMID 18413874.
Weet je wie het artikel schreef dat jouw arts las?
Het staat er niet bij. Dat is de hele bedoeling.
Studie 329, en waarom die naam ertoe doet
Als er één zaak is die laat zien wat er misgaat wanneer alleen de sponsor de ruwe data heeft, dan is het deze.
In 2001 publiceerde Keller en collega's een studie over paroxetine bij depressieve jongeren. De conclusie was gunstig. Het middel werd vervolgens breed gepromoot voor gebruik bij kinderen.
In 2015 kreeg een onafhankelijk team eindelijk toegang tot het volledige databestand en publiceerde de heranalyse in de BMJ, onder de titel Restoring Study 329.
Tweehonderdvijfenzeventig jongeren, dubbelblind, placebogecontroleerd, twaalf centra in Noord-Amerika.
De uitkomst van de heranalyse.
Paroxetine was op geen enkele vooraf vastgelegde uitkomstmaat statistisch of klinisch beter dan placebo. De daling op de Hamilton-schaal was 10,7 punten met paroxetine, 9,1 met placebo, en 9,0 met imipramine. De p-waarde was 0,20.
Dat is geen effect.
En er was meer. De heranalyse vond klinisch relevante toenames in schade, waaronder suïcidale gedachten en gedrag in de paroxetinegroep. PMID 26376805.
De auteurs schreven in hun conclusie iets wat je niet vaak in een medisch tijdschrift leest: gepubliceerde conclusies over werkzaamheid en veiligheid moeten niet als gezaghebbend worden gelezen.
Onthoud de naam paroxetine. Die komt hieronder terug, in een rechtszaal.
Wat er in Brussel wordt uitgegeven
Corporate Europe Observatory analyseerde in mei 2021 het EU-transparantieregister, op basis van de aangiftes over 2020. Dat is een organisatie die zichzelf expliciet kritisch op bedrijfslobby positioneert, dus geen neutrale bron, en dat hoort erbij vermeld te worden.
Hun uitkomst: de farmaceutische sector geeft in Brussel minstens 36 miljoen euro per jaar uit aan lobbywerk.
Ruim veertig bedrijven samen tot 25,3 miljoen. Brancheverenigingen tot 10,7 miljoen. Lobbyconsultancy tot 14,9 miljoen. Er staan 290 lobbyisten geregistreerd, goed voor ongeveer 104,75 voltijdsbanen.
Maatschappelijke organisaties in de volksgezondheid komen samen op ongeveer 6,8 miljoen.
Een factor vijf verschil. En dat is de ondergrens, want het register werkt met zelfrapportage.
Dat is geen omkoping. Het is geregistreerde, legale belangenbehartiging.
Maar het is wel het antwoord op de vraag wie er dagelijks in de gang staat als er over bewijslast wordt gesproken, en wie niet.
De draaideur
Thomas Lönngren was jarenlang directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau, de instantie die in Europa beslist welke medicijnen worden toegelaten.
Twee maanden voordat hij vertrok richtte hij zijn eigen adviesbureau op, Pharma Executive Consulting Ltd. Dat bureau deelde een adres met NDA Regulatory Science Ltd, een firma die volgens Corporate Europe Observatory negen van de tien farmaceutische bedrijven adviseert die goedkeuring zoeken.
De overstap werd door het bureau zelf goedgekeurd, met enkele beperkingen.
Bij EFSA, de voedselautoriteit, speelde hetzelfde. Diána Bánáti trad in mei 2012 af als voorzitter van de raad van bestuur om directeur te worden van ILSI, een organisatie die door de levensmiddelenindustrie wordt gefinancierd. Suzy Renckels stapte in 2009 van het GMO-panel over naar Syngenta, zonder afkoelingsperiode.
De Europese Rekenkamer publiceerde in 2012 Speciaal Verslag nummer 15 over het beheer van belangenconflicten bij een aantal EU-agentschappen, waaronder EFSA. De conclusie was dat de procedures niet toereikend waren.
Corporate Europe Observatory stelde in oktober 2013 vast dat bijna zestig procent van de EFSA-experts minstens één belangenconflict had. Bij het additievenpanel ging het in juni 2011 om elf van de twintig leden, bij het GMO-panel in november 2011 om twaalf van de eenentwintig, inclusief de voorzitter.
Neem die percentages met de nodige voorzichtigheid. De definitie van belangenconflict is bij zulke tellingen ruim, en wie ooit een onderzoeksbeurs van een bedrijf ontving telt mee.
In een vakgebied waar de industrie een groot deel van het onderzoek financiert, is een expert zonder enige industrieband soms simpelweg een expert zonder ervaring. Dat is een reëel dilemma en geen bewijs van kwade trouw.
Maar het blijft opmerkelijk dat het orgaan dat bepaalt wat een plant mag beweren, zelf jarenlang niet in staat bleek zijn eigen onafhankelijkheid te documenteren op een manier die de Europese Rekenkamer overtuigde.
Negen zaken, en wat ze kostten
Het claimsysteem bestaat om te voorkomen dat consumenten worden misleid door onbewezen gezondheidsbeweringen. Dat is het uitgangspunt.
Welke sector heeft dan het best gedocumenteerde trackrecord van het misleiden van consumenten en artsen?
Hieronder negen zaken. Geen geruchten, geen anonieme bronnen. Uitspraken van rechters, besluiten van de Europese Commissie en schuldbekentenissen bij het Amerikaanse ministerie van Justitie.
Servier en het Mediator-schandaal
Frankrijk · veroordeling 2021, hoger beroep 2023
430 miljoen euroMediator was een middel tegen diabetes dat in Frankrijk drieëndertig jaar op de markt was, van 1976 tot 2009, en op grote schaal werd voorgeschreven als afslankmiddel. Het beschadigde hartkleppen.
Schattingen lopen van minstens 500 doden tot ongeveer 2.000. Veiligheidssignalen kwamen al in de late jaren negentig naar boven. Servier zei het pas in 2009 te hebben geweten.
Op 29 maart 2021 veroordeelde de rechtbank in Parijs het bedrijf voor zware misleiding en dood door schuld. De boete was 2,7 miljoen euro. Het Franse geneesmiddelenagentschap ANSM kreeg 303.000 euro omdat het niet tijdig had ingegrepen.
In hoger beroep werd dat in 2023 opgetrokken naar ongeveer 430 miljoen euro in totaal: 415,6 miljoen terugbetaling aan de zorgorganisaties, 9 miljoen strafrechtelijke boete, 5 miljoen proceskosten en 1 miljoen schadevergoeding.
GlaxoSmithKline pleit schuldig
Verenigde Staten · 2 juli 2012
3 miljard dollarOp dat moment de grootste schikking wegens zorgfraude in de Amerikaanse geschiedenis en de grootste betaling ooit door een farmaceutisch bedrijf.
De opbouw: 1 miljard dollar strafrechtelijk, bestaande uit een boete van 956.814.400 dollar en een verbeurdverklaring van 43.185.600 dollar, plus 2 miljard dollar civiel.
GSK pleitte schuldig aan drie punten. Twee keer het in de handel brengen van verkeerd gelabelde geneesmiddelen, Paxil en Wellbutrin. En één keer het niet melden van veiligheidsgegevens over het diabetesmiddel Avandia aan de Amerikaanse toezichthouder.
Paxil is paroxetine. Dat is hetzelfde middel uit Studie 329 hierboven, en de zaak ging precies over de onrechtmatige promotie ervan voor gebruik bij kinderen.
De civiele schikking betrof daarnaast promotie voor niet-goedgekeurde toepassingen, betalingen aan artsen, onjuiste veiligheidsclaims over Avandia en te lage afdrachten aan het Amerikaanse zorgstelsel. Ook Advair, Lamictal, Zofran, Imitrex, Lotronex, Flovent en Valtrex kwamen in de zaak voor.
Betalen om de goedkope versie tegen te houden, deel één
Europese Unie · Commissiebesluit 2013
146 miljoen euroLundbeck sloot afspraken met vijf fabrikanten van generieke middelen om de goedkope versie van het antidepressivum citalopram van de markt te houden.
De Europese Commissie legde in totaal 146 miljoen euro aan boetes op, waarvan 93,8 miljoen voor Lundbeck zelf. Merck KGaA kreeg 21,4 miljoen, Alpharma 10,5 miljoen, Ranbaxy 10,3 miljoen en Arrow 9,9 miljoen.
De Europese rechters hielden het besluit in stand.
Betalen om de goedkope versie tegen te houden, deel twee
Europese Unie · Commissiebesluit 9 juli 2014
427 miljoen euroDezelfde constructie, ander middel. Servier hield de generieke versie van zijn bloeddrukmiddel perindopril ongeveer vier jaar van de markt, met een combinatie van opgekochte technologie en schikkingen met generieke fabrikanten.
De boete: 331 miljoen euro voor Servier, 96,7 miljoen voor de generieke fabrikanten samen, waaronder Teva, Krka, Lupin, Niche-Unichem en Matrix.
Patiënten en zorgstelsels hebben vier jaar lang de volle prijs betaald voor een middel waarvan de goedkope versie klaarstond.
Betalen om de goedkope versie tegen te houden, deel drie
Europese Unie · Commissiebesluit 26 november 2020
60,5 miljoen euroTeva en Cephalon hielden de goedkope versie van modafinil, een middel tegen overmatige slaperigheid bij narcolepsie, van december 2005 tot oktober 2011 buiten vrijwel de hele Europese markt.
Zes jaar. Teva kreeg 30 miljoen euro boete, Cephalon 30,5 miljoen.
De Commissie stelde vast dat de afspraak aanzienlijke schade toebracht aan Europese patiënten en zorgstelsels door de prijzen hoog te houden.
Aspen en de prijs van oude kankermedicijnen
Italië 2016, Europese Unie 10 februari 2021
prijzen 300 procent boven de kostenAspen verhoogde vanaf 2012 in alle lidstaten de prijzen van zes oude kankermedicijnen tegen leukemie en andere bloedkankers met enkele honderden procenten. Middelen waarvan het octrooi allang verlopen was.
De Europese Commissie stelde vast dat de prijzen gemiddeld bijna 300 procent boven de eigen kosten lagen.
En dit staat letterlijk in het onderzoek: Aspen dreigde de medicijnen van de nationale vergoedingslijsten te halen en was bereid de levering aan bepaalde lidstaten te staken.
De Italiaanse mededingingsautoriteit legde in september 2016 een boete van 5 miljoen euro op. In februari 2021 aanvaardde de Commissie de toezegging om de prijzen in heel Europa met gemiddeld 73 procent te verlagen, tot onder het niveau van 2012, met een prijsstop van tien jaar.
Een epilepsiemiddel dat 2.600 procent duurder werd
Verenigd Koninkrijk · uitspraak 20 november 2024
69 miljoen pondFenytoïne is een oud middel tegen epilepsie. Mensen die erop zijn ingesteld kunnen niet zomaar overstappen, want bij epilepsie is de marge tussen werkzaam en onvoldoende klein.
Pfizer verkocht het merk aan Flynn, dat het middel uit het merkenregister haalde. Daardoor viel de prijsregulering weg.
De prijzen kwamen tussen de 2.300 en 2.600 procent hoger te liggen dan voorheen.
De kosten voor de Britse zorg gingen van 2 miljoen pond in 2012 naar ongeveer 50 miljoen pond het jaar daarna.
Het tribunaal legde Pfizer 63,3 miljoen pond op en Flynn 6,7 miljoen.
Novartis in Griekenland
Griekenland en Verenigde Staten · 25 juni 2020
346,7 miljoen dollarNovartis schikte met het Amerikaanse ministerie van Justitie en de beurstoezichthouder voor in totaal 346,7 miljoen dollar: 233,9 miljoen naar Justitie en 112,8 miljoen naar de SEC.
De Griekse dochteronderneming erkende dat tussen 2012 en 2015 ongepaste economische voordelen zijn verstrekt aan Griekse zorgverleners rond het oogmiddel Lucentis, en erkende boekhoudkundige onregelmatigheden rond een epidemiologisch onderzoek uit 2009.
Om eerlijk te blijven: de schikking bevat geen aantijgingen over omkoping van Griekse politici. Dat deel van de Griekse affaire is jarenlang onderzocht en de zaak tegen de voormalige bestuurders liep uiteindelijk stuk. Wat vaststaat, staat in de schikking.
Sanofi en het epilepsiemiddel dat kinderen trof
Frankrijk · aanklacht augustus 2020
15.000 tot 30.000 kinderenValproaat, in Frankrijk verkocht als Dépakine, veroorzaakt bij gebruik tijdens de zwangerschap aangeboren afwijkingen, autisme en leerproblemen. Het verhoogde risico ligt volgens de Franse aanklacht tussen tien en veertig procent.
Het risico op aangeboren afwijkingen was bekend vanaf 1983. De risico's op leerproblemen en autisme vanaf 2004.
In augustus 2020 werd Sanofi in Frankrijk aangeklaagd voor dood door schuld, zware misleiding en het onbedoeld toebrengen van letsel in tweeënveertig zaken. Ook het Franse geneesmiddelenagentschap werd in beschuldiging gesteld.
Belangrijk onderscheid: dit is een aanklacht, geen veroordeling. In Frankrijk leidt een aanklacht niet automatisch tot een proces, en Sanofi heeft de inbeschuldigingstelling aangevochten.
Wat deze negen zaken samen laten zien
Kijk naar het patroon, niet naar de losse bedragen.
Drie van de negen zijn dezelfde constructie: betalen om de goedkope versie tegen te houden. Dat is geen incident, dat is een bedrijfsmodel waar de Commissie drie keer een streep doorheen moest zetten.
Twee gaan over prijzen van oude middelen waarvan het octrooi verlopen was. Ook daar dezelfde logica: er is geen concurrent, dus de prijs is wat je durft te vragen.
Twee gaan over doden en blijvende schade bij kinderen, bij middelen waarvan het risico jarenlang bekend was voordat er iets veranderde.
En één gaat over het niet melden van veiligheidsgegevens.
Nu de vergelijking waar het hele stuk om draait.
Een producent van kurkuma-extract die op zijn pot zet dat het de gewrichten ondersteunt, overtreedt Verordening 1924/2006. Hij riskeert handhaving, terugroeping en boete. Ook als hij drie gerandomiseerde studies achter die zin kan leggen.
Een farmaceutisch concern dat schuldig pleit aan het achterhouden van veiligheidsgegevens, betaalt een bedrag dat in verhouding tot de omzet een bedrijfskost is. En verkoopt daarna gewoon verder, met goedgekeurde claims.
Dat is het punt. Niet dat er regels zijn.
Dat de regels het zwaarst drukken op de partij met de kleinste schade en het minste geld, en dat de partij met het grootste gedocumenteerde patroon van misleiding een ander soort sanctie krijgt. Namelijk een factuur.
De ibuprofenvergelijking
Nog één, want die maakt het tastbaar.
Op 20 mei 2015 nam de Europese coördinatiegroep CMDh het advies over van het geneesmiddelenbewakingscomité van het Europees Geneesmiddelenbureau.
De conclusie: bij hoge doses ibuprofen, vanaf 2.400 mg per dag, is er een klein verhoogd risico op hartaanvallen en beroertes. Het EMA stelde vast dat dit risico vergelijkbaar is met dat van andere ontstekingsremmers, waaronder diclofenac. Voor diclofenac werd het geschat op ongeveer drie extra ernstige vaatvoorvallen per duizend deelnemers per jaar.
Ibuprofen ligt in de supermarkt. Het mag geadverteerd worden voor pijn. Dat is terecht, want het werkt.
Kurkuma-extract, dat in een gerandomiseerde studie met 367 patiënten niet onderdeed voor ibuprofen op de WOMAC-schaal en minder maagklachten gaf, mag over gewrichten niets zeggen.
Niet omdat het is afgewezen. Omdat de claim al zestien jaar in een wachtkamer ligt.
De coronajaren, en wat er is vastgesteld
Geen stuk over dit onderwerp kan om de jaren 2020 tot 2022 heen. Dat was het moment waarop het verschil tussen "wat is er aangetoond" en "wat wordt er gezegd" voor iedereen zichtbaar werd.
Hieronder staat alleen wat vaststaat, met de bron erbij. Niet meer, en ook niet minder.
Het contract dat niemand mocht lezen
De Europese Commissie kocht namens alle lidstaten vaccins in. De contracten werden openbaar gemaakt in zwaar gelakte vorm.
Groene Europarlementsleden vroegen in oktober 2021 om volledige toegang. Ze kregen die niet.
Op 17 juli 2024 oordeelde het Gerecht van de Europese Unie dat de Commissie onvoldoende toegang had gegeven tot de aankoopovereenkomsten, en dat haar besluit om alleen zwaar gelakte versies te publiceren onregelmatigheden bevat.
De kern van de uitspraak: de Commissie heeft niet aangetoond dat ruimere toegang de commerciële belangen van de bedrijven daadwerkelijk zou schaden.
Los daarvan liep de zaak over de sms-berichten tussen de voorzitter van de Commissie en de topman van Pfizer. Op 14 mei 2025 oordeelde het Gerecht dat de Commissie ook daar in strijd met de transparantieregels had gehandeld.
Het grootste gezamenlijke inkoopprogramma in de geschiedenis van de Unie, en de burger moest naar de rechter om de tekst te mogen lezen.
Wat er wel en niet getest was
In oktober 2022 verscheen Janine Small, een directeur van Pfizer, voor de coronacommissie van het Europees Parlement.
De Nederlandse Europarlementariër Rob Roos stelde één vraag: was het vaccin voor markttoelating getest op het tegenhouden van besmetting?
Haar antwoord was nee. Het bedrijf moest zich volgens haar bewegen met, in haar woorden, de snelheid van de wetenschap.
Hier hoort een eerlijke nuance bij, en die maakt het verhaal niet zwakker maar sterker.
Pfizer heeft nooit in het registratiedossier beweerd dat het transmissie had getest. De Amerikaanse toezichthouder schreef bij de noodtoelating expliciet dat er nog geen bewijs was dat het vaccin overdracht van mens op mens voorkomt. De primaire uitkomstmaat van de studies was ziekte, niet besmetting.
Het stond dus gewoon in de papieren.
Waarom wist bijna niemand dat dan?
Omdat de campagne iets anders zei dan het dossier. Er is een verschil tussen wat een toezichthouder vaststelt en wat er op een poster komt te staan, en dat verschil is in die jaren enorm geweest.
Dat is exact hetzelfde mechanisme als in de Cochrane-review hierboven. De cijfers zeggen het ene, de samenvatting zegt het andere, en de samenvatting is wat de mensen lezen.
De bijwerkingen die later zijn erkend
Op 18 maart 2021 waarschuwde het Europees Geneesmiddelenbureau voor een mogelijk verband tussen het AstraZeneca-vaccin en ongewone bloedstolsels. Op 7 april 2021 concludeerde het bureau dat die stolsels als zeer zeldzame bijwerking in de productinformatie moesten worden opgenomen.
In mei 2024 haalde AstraZeneca het vaccin wereldwijd van de markt. Het bedrijf noemde als reden dat er inmiddels een overschot aan nieuwere vaccins was.
En dan is er de grootste veiligheidsstudie die tot nu toe is uitgevoerd.
Het Global Vaccine Data Network onderzocht de gegevens van 99.068.901 gevaccineerde mensen op tien plaatsen in acht landen. De resultaten verschenen in 2024 in het tijdschrift Vaccine.
Wat die studie bevestigde: verhoogde risico's op myocarditis en pericarditis, dus ontsteking van de hartspier en het hartzakje, na de mRNA-vaccins, en verhoogde risico's op het syndroom van Guillain-Barré en op trombose van de hersenaders na het AstraZeneca-vaccin.
Voor Guillain-Barré was de verhouding tussen waargenomen en verwachte gevallen 2,49. Voor hersenadertrombose 3,23. PMID 38350768.
Dat zijn geen cijfers van een blog. Dat is een internationaal samenwerkingsverband van gezondheidsautoriteiten, gepubliceerd in een vaktijdschrift over vaccins.
En nu de grens
Hier moet ik iets zeggen wat niet iedereen wil horen, en ik zeg het toch, want dit hele stuk staat of valt met de betrouwbaarheid van elk getal erin.
De cijfers hierboven gaan over zeldzame en zeer zeldzame bijwerkingen. Zeldzaam betekent in dit geval enkele gevallen per honderdduizend tot per miljoen doses.
Er circuleren getallen over honderdduizenden slachtoffers in Europa, en er circuleert het idee dat vaccinatie een golf van bijzonder agressieve kankers zou hebben veroorzaakt. Voor beide heb ik geen bron gevonden die die naam verdient, en de grote registerstudies laten het niet zien.
Ik zet zulke getallen niet in dit artikel. Niet omdat ik ze niet mág zeggen, maar omdat één oncontroleerbaar cijfer elk ander cijfer in dit stuk waardeloos maakt.
Dat is geen voorzichtigheid. Dat is de enige manier om dit soort kritiek te leveren zonder dat iemand hem met één zin van tafel kan vegen.
En de controleerbare versie is hard genoeg.
Een product dat aan honderden miljoenen mensen is gegeven, verkocht met een slogan die verder ging dan het dossier, op basis van een contract dat pas na een rechterlijke uitspraak leesbaar werd, met bijwerkingen die pas maanden later in de bijsluiter kwamen.
En intussen mag een pot kurkuma niets zeggen over gewrichten.
Het eerlijke tegenargument
Een artikel dat alleen de gunstige studies noemt, doet precies wat het de tegenpartij verwijt.
Dus hier is de andere kant, op volle sterkte.
Curcumine is een berucht lastig molecuul
In 2017 publiceerden Nelson en collega's in het Journal of Medicinal Chemistry een artikel met de titel The Essential Medicinal Chemistry of Curcumin. Het is een sloopwerk.
Curcumine is volgens de auteurs geclassificeerd als PAINS, een stof die in laboratoriumtests met van alles reageert en daardoor vals-positieve signalen geeft, ongeacht het onderzochte mechanisme.
Hun oordeel is hard. Ze stellen dat meer dan honderdtwintig klinische studies zijn voortgekomen uit wat zij als waarschijnlijk vals signaal beschouwen, en hun conclusie luidt dat geen enkele dubbelblinde, placebogecontroleerde studie met curcumine succesvol is geweest. PMID 28074653.
Die laatste zin is aanvechtbaar. De studie van Lang uit 2015 hierboven was dubbelblind en placebogecontroleerd, en haalde haar primaire uitkomstmaat. Er verscheen in hetzelfde jaar een weerwoord.
Maar het onderliggende punt is serieus en wordt breed gedeeld. Curcumine wordt slecht opgenomen, snel afgebroken en vrijwel niet in het bloed teruggevonden. Dat maakt het lastig te verklaren hoe het systemisch iets zou moeten doen.
Wie dit artikel gebruikt om te zeggen "zie je wel, kurkuma werkt", heeft niet goed gelezen.
De eerlijke samenvatting: het bewijs is gemengd, de biologische plausibiliteit is omstreden, en de positieve resultaten komen vaak uit kleine studies.
Kurkuma is niet automatisch veilig
In 2019 doken in Italië gevallen op van acute, niet-infectieuze leverontsteking na gebruik van supplementen met Curcuma longa.
Lombardi en collega's analyseerden in 2021 in het British Journal of Clinical Pharmacology de meldingen uit het Italiaanse meldsysteem voor kruidenpreparaten. Zeven gevallen in Toscane tot september 2019. Een systematische review leverde nog eens drieëntwintig gepubliceerde gevallen op.
Het belangrijkste detail staat in de resultaten. In alle Toscaanse gevallen ging het om formuleringen met hoge biobeschikbaarheid en een hoge dosering curcuminoïden. Niet om een theelepel kurkuma door het eten. PMID 32656820.
Dat is precies het soort signaal waar een toezichthouder voor bestaat. En het verklaart waarom Italië in augustus 2022 alle gezondheidsclaims rond kurkuma verbood en een waarschuwing op het etiket verplicht stelde.
Supplementen kunnen mensen doden
Dit is het argument dat de meeste supplementenkritiek van tafel veegt, en het verdient een plaats.
In 1994 publiceerde de New England Journal of Medicine de ATBC-studie. Negenentwintigduizend honderddrieëndertig mannelijke rokers in Finland, gerandomiseerd naar vitamine E, bètacaroteen, beide of placebo.
De verwachting op basis van bevolkingsonderzoek was minder longkanker.
Het resultaat was 18 procent méér longkanker in de bètacaroteengroep, en 8 procent hogere totale sterfte.
PMID 8127329.
In 1996 volgde de CARET-studie in hetzelfde tijdschrift. Achttienduizend driehonderdveertien rokers, ex-rokers en asbestwerkers, bètacaroteen 30 mg plus vitamine A.
Relatief risico op longkanker 1,28. Relatief risico op overlijden ongeacht de oorzaak 1,17. De studie werd eenentwintig maanden eerder dan gepland gestopt. PMID 8602180.
Twee grote, goed uitgevoerde studies naar een stof die in groenten en fruit onmiskenbaar met minder kanker samenhangt. In pilvorm, in hoge dosering, bij een risicogroep, deed hij het tegenovergestelde.
Wie wil betogen dat toezicht op supplementen onzin is, moet deze twee studies eerst wegredeneren. Dat lukt niet.
Een deel van de regelgeving bestaat om goede redenen, en die redenen staan in de New England Journal of Medicine.
De vraag is dus niet of er toezicht moet zijn. De vraag is of dit toezicht doet waar het voor bedoeld is, en of het voor iedereen hetzelfde meet.
Wat er werkelijk aan de hand is
Het is verleidelijk om dit op te lossen met één woord: corruptie.
Dat is bevredigend, het is voor een deel aantoonbaar, en het is toch niet de hoofdverklaring. Wat er werkelijk aan de hand is, is structureler en daarom hardnekkiger.
Eén. De bewijslast is geschreven op een verdienmodel met octrooien. Wie geen exclusiviteit kan krijgen, kan de vereiste studies niet terugverdienen. Planten vallen daar structureel buiten. Dat is geen opzet, maar het effect is een register dat systematisch vertekent naar wat patenteerbaar is.
Twee. De asymmetrie in de bewijslast kent geen tegenhanger in de sanctie. Een supplementenbedrijf wordt afgerekend op een zin. Een farmaceut wordt afgerekend op een bedrag. Voor de een is de sanctie existentieel, voor de ander een post op de balans.
Drie. Wie de studie betaalt, beïnvloedt meetbaar de uitkomst, de conclusie en zelfs de vraagstelling. Dat is niet omstreden, dat staat in een Cochrane-review.
Vier. De expertise zit grotendeels bij de industrie, omdat de industrie het onderzoek betaalt. Een toezichthouder die alleen onbevlekte experts wil, houdt geen panel over. Dat is een reëel probleem zonder makkelijke oplossing, maar het betekent wel dat de mensen die beoordelen wat een plant mag zeggen, overwegend zijn opgeleid en gefinancierd in een wereld waarin planten geen product zijn.
Vijf. De lobbyverhouding is vijf tegen een, en dat is de ondergrens. Dat koopt geen besluiten. Het koopt aanwezigheid, en aanwezigheid bepaalt welke vraag er op tafel komt.
Zes. En dit is misschien wel het ergste. Het systeem is blijven steken. Zestien jaar een wachtkamer met 1.548 claims erin is geen beleid. Het is het uitblijven van beleid.
Niemand heeft besloten dat kurkuma niets mag zeggen. Er is alleen nooit besloten dat het wél iets mag zeggen. Dat heeft precies hetzelfde effect, zonder dat iemand het hoeft te verdedigen.
Daar past het woord hypocriet het beste. Niet omdat iedereen omgekocht is, maar omdat een systeem dat zichzelf presenteert als bescherming tegen onbewezen beweringen, zestien jaar weigert vast te stellen wat bewezen is.
Wat dit voor jou betekent
Praktisch, zonder omhaal.
Een ontbrekende claim zegt weinig. Staat er op een pot kruidenextract geen enkele gezondheidsbewering, dan betekent dat meestal niet dat het niet werkt. Het betekent dat de claim in de wachtkamer ligt. Kijk naar de studies, niet naar het etiket.
Een toegestane claim zegt ook weinig. "Draagt bij tot de normale werking van" is de formulering van een tekortenclaim. Het zegt dat je zonder die stof een probleem krijgt, niet dat extra ervan je iets oplevert.
Kijk wie de studie betaalde. Dat staat bijna altijd onderaan het artikel, onder het kopje funding of conflict of interest. Het maakt de studie niet waardeloos. Het vertelt je wel hoe streng je moet lezen.
Dosering en vorm bepalen alles. De Toscaanse leverproblemen kwamen van hooggedoseerde formuleringen met verhoogde opname. De positieve artrosestudies gebruikten ongeveer 1.000 tot 1.500 mg extract per dag.
Meer is niet beter. ATBC en CARET zijn daar het definitieve bewijs van. Een stof die in voeding gunstig is, kan in een hoge dosis in pilvorm schadelijk zijn.
Wees even kritisch naar beide kanten. Wie roept dat de toezichthouder alles verbiedt, verkoopt je vaak iets. Wie roept dat er geen enkel bewijs is voor plantenextracten, heeft de studies niet gelezen.
Heb je een aandoening of gebruik je medicijnen, overleg dan. Curcumine beïnvloedt de stolling en de leverenzymen die veel medicijnen afbreken. Dat is geen bureaucratische slag om de arm. Het is de reden waarom de Toscaanse gevallen bijna allemaal mensen betroffen die ook andere middelen gebruikten.

Vitale groetjes,
Katja Callens
ORGANICO Labs
Schrijft over gezond ouder worden in gewone taal, met de bronnen erbij. Ook als die bronnen ons niet altijd goed uitkomen.
Ken je iemand die nog denkt dat "er staat geen claim op" hetzelfde is als "het werkt niet"? Stuur dit door.
Veelgestelde vragen
Waarom staat er op sommige supplementen helemaal geen gezondheidsbewering?
Omdat de claim over dat ingrediënt hoogstwaarschijnlijk tot de 1.548 plantenclaims behoort die sinds 2010 in Europa zijn opgeschort en nooit beoordeeld zijn. Ze zijn niet afgewezen, ze zijn nooit bekeken. Een leeg etiket zegt daarom niets over de werking van het ingrediënt.
Betekent een goedgekeurde claim dat een middel bewezen effectief is?
Niet in de betekenis die de meeste mensen eraan geven. De 222 toegestane claims gaan bijna allemaal over vitamines en mineralen en beschrijven wat er misgaat bij een tekort. Suikervrije kauwgom heeft een goedgekeurde claim over plaquezuren. Dat maakt kauwgom geen geneesmiddel.
Maakt het echt uit wie een studie betaalt?
Ja, en dat is gemeten. Een Cochrane-review van 75 onderzoeken vond dat door de industrie gefinancierde studies 27 procent vaker een gunstige uitkomst hadden en 34 procent vaker een gunstige conclusie. Bij die studies kwam de conclusie bovendien minder vaak overeen met de eigen resultaten.
Is kurkuma dan hetzelfde als een ontstekingsremmer uit de apotheek?
Nee. In één gerandomiseerde studie met 367 knieartrosepatiënten deed kurkuma-extract niet onder voor ibuprofen op de WOMAC-schaal, met minder maagklachten. Dat is één studie van vier weken, geen bewijs dat het medicatie vervangt. Stop nooit met voorgeschreven medicijnen zonder je arts.
Hoeveel kurkuma-extract werd er in de positieve studies gebruikt?
De artrosestudies gebruikten ongeveer 1.000 tot 1.500 mg extract per dag. De darmstudies gebruikten 2 tot 3 gram curcumine per dag, bovenop de standaardbehandeling en onder medisch toezicht. Dat laatste is nadrukkelijk geen zelfzorgdosering.
Is kurkuma veilig?
In voeding en in normale doseringen is er geen veiligheidsprobleem bekend. De Italiaanse leverproblemen uit 2019 betroffen zeven gevallen in Toscane, allemaal met hooggedoseerde producten met sterk verhoogde opname, vaak bij mensen die ook andere middelen gebruikten. Gebruik je medicatie of heb je een leveraandoening, overleg dan eerst.
Waarom duurt het zestien jaar voordat die plantenclaims worden beoordeeld?
Daar is geen officiële verklaring voor. De claims zijn rond 2010 opgeschort in afwachting van een definitieve overweging door de Europese Commissie en de lidstaten, en die overweging is er nooit gekomen. Het Europees Parlement noemde de situatie in januari 2024 misleidend voor consumenten en riep op tot een besluit, zonder termijn.
De bronnen
Alles in dit artikel komt uit de stukken hieronder. Ze spreken elkaar op punten tegen, en dat is precies de reden om ze er allemaal bij te zetten. De Cochrane-review en het artikel van Nelson zijn kritisch op verschillende partijen, en de studies van ATBC en CARET wijzen in de tegenovergestelde richting van de rest van dit stuk.
- EFSA. Health claims Article 13.1, officiële themapagina. 4.637 claims op de geconsolideerde lijst van mei 2010, 2.758 beoordeeld, 341 adviezen, 1.548 botanische claims opgeschort. efsa.europa.eu
- Verordening (EU) nr. 432/2012, lijst van 222 toegestane gezondheidsclaims, volledig van kracht op 14 december 2012. eur-lex.europa.eu
- Food Manufacture, 18 november 2011. Afwijzing van de waterclaim onder artikel 14 en de redenering van het EFSA-panel. foodmanufacture.co.uk
- Lundh A, Lexchin J, Mintzes B, Schroll JB, Bero L. Industry sponsorship and research outcome. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2017. doi:10.1002/14651858.MR000033.pub3
- Flacco ME e.a. Head-to-head randomized trials are mostly industry sponsored and almost always favor the industry sponsor. Journal of Clinical Epidemiology, 2015. doi:10.1016/j.jclinepi.2014.12.016
- Ross JS, Hill KP, Egilman DS, Krumholz HM. Guest authorship and ghostwriting in publications related to rofecoxib. JAMA, 2008. doi:10.1001/jama.299.15.1800
- Le Noury J e.a. Restoring Study 329: efficacy and harms of paroxetine and imipramine in treatment of major depression in adolescence. BMJ, 2015. doi:10.1136/bmj.h4320
- Kuptniratsaikul V e.a. Efficacy and safety of Curcuma domestica extracts compared with ibuprofen in patients with knee osteoarthritis. Clinical Interventions in Aging, 2014. doi:10.2147/CIA.S58535
- Daily JW, Yang M, Park S. Efficacy of turmeric extracts and curcumin for alleviating the symptoms of joint arthritis. Journal of Medicinal Food, 2016. doi:10.1089/jmf.2016.3705
- Hanai H e.a. Curcumin maintenance therapy for ulcerative colitis. Clinical Gastroenterology and Hepatology, 2006. doi:10.1016/j.cgh.2006.08.008
- Lang A e.a. Curcumin in combination with mesalamine induces remission in patients with mild-to-moderate ulcerative colitis. Clinical Gastroenterology and Hepatology, 2015. doi:10.1016/j.cgh.2015.02.019
- Sanmukhani J e.a. Efficacy and safety of curcumin in major depressive disorder. Phytotherapy Research, 2014. doi:10.1002/ptr.5025
- Nelson KM e.a. The essential medicinal chemistry of curcumin. Journal of Medicinal Chemistry, 2017. doi:10.1021/acs.jmedchem.6b00975
- Lombardi N e.a. Acute liver injury following turmeric use in Tuscany. British Journal of Clinical Pharmacology, 2021. doi:10.1111/bcp.14460
- The Alpha-Tocopherol, Beta Carotene Cancer Prevention Study Group. The effect of vitamin E and beta carotene on the incidence of lung cancer and other cancers in male smokers. New England Journal of Medicine, 1994. doi:10.1056/NEJM199404143301501
- Omenn GS e.a. Effects of a combination of beta carotene and vitamin A on lung cancer and cardiovascular disease. New England Journal of Medicine, 1996. doi:10.1056/NEJM199605023341802
- Faksova K e.a. COVID-19 vaccines and adverse events of special interest: a multinational Global Vaccine Data Network cohort study of 99 million vaccinated individuals. Vaccine, 2024. doi:10.1016/j.vaccine.2024.01.100
- Europees Geneesmiddelenbureau. Updated advice on use of high-dose ibuprofen, besluit van de CMDh op 20 mei 2015. ema.europa.eu
- Amerikaans ministerie van Justitie, persbericht 2 juli 2012. GlaxoSmithKline pleit schuldig en betaalt 3 miljard dollar. justice.gov
- Europese Commissie, persbericht IP/20/2220 van 26 november 2020. Boete van 60,5 miljoen euro voor Teva en Cephalon. ec.europa.eu
- Europese Commissie, persbericht IP/21/524 van 10 februari 2021. Aspen verlaagt de prijzen van zes kankermedicijnen met gemiddeld 73 procent. ec.europa.eu
- Britse Competition and Markets Authority, persbericht 20 november 2024. Boetes van in totaal 69 miljoen pond voor Pfizer en Flynn wegens de prijs van fenytoïne. gov.uk
- Novartis, persbericht 25 juni 2020 over de schikking van 346,7 miljoen dollar met het Amerikaanse ministerie van Justitie en de SEC. novartis.com
- France 24, 3 augustus 2020. Sanofi aangeklaagd voor dood door schuld in de Dépakine-zaak. france24.com
- Euronews, 17 juli 2024. Het Gerecht van de Europese Unie oordeelt dat de Commissie onvoldoende toegang gaf tot de vaccincontracten. euronews.com
- Corporate Europe Observatory, mei 2021. Big Pharma's lobbying firepower in Brussels: at least 36 million euro a year. corporateeurope.org
- Europese Rekenkamer, Speciaal Verslag nr. 15/2012. Beheer van belangenconflicten bij geselecteerde EU-agentschappen. eca.europa.eu
Verder lezen op deze site
- Hoeveel kurkuma per dag, en wat er werkelijk in een capsule zit
- Kurkuma met zwarte peper: waarom die combinatie werkt
- Kurkuma bijwerkingen: wanneer het wel oppassen is